Leren te trainen fase

8 jaar tot de start van de groeispurt

Leren te trainen fase (8 jaar tot de start van de groeispurt)

  • Betere lichaamsproporties en ontwikkeling van de fijne motoriek, daardoor verbeterde motoriek en geen biomechanische beperkingen.
  • Belangrijkste fase voor de ontwikkeling van motorisch coördinatie (met name behendigheid en balans), alle basis turnvaardigheden (BTV) technisch zuiver aanleren en ook start choreografie.
  • Als alle BTV zuiver en dynamisch worden beheerst, kan worden begonnen met de verdere uitbouw van het technisch programma richting beginnend (inter)nationaal niveau (met name late rijpers zullen hier aan toekomen).
  • Optimale window van trainbaarheid voor lenigheid loopt nog ver door in deze fase en wordt gekoppeld aan zuivere bewegingstechniek (technische lenigheid).
  • Verdere ontwikkeling van hart- longfunctie (cardiorespiratoire systeem) door actief bezig te zijn (ook buiten de zaal).
  • Snelheid en kracht ontwikkelen sterk door de ontwikkeling van de motorische coördinatie (verbeterde neurale aansturing).
  • Introduceer kracht oefeningen met eigen lichaamsgewicht, medicijnballen, swissball, pols- en enkel gewichtjes.
  • Start met voorbereidend plyometrisch trainen.
  • Perceptuele vaardigheden steeds beter (ontwikkeling rond 11 jaar afgerond) dus snelle ontwikkeling van oriënterend vermogen, biedt veel complex trampolinewerk aan.
  • Blijf tweezijdigheid stimuleren in de training.
  • Beleving van de beweging (vaak herhalen), willen graag iets nieuws leren (concentratie door motivatie), kunnen enige tijd gericht oefenen met technische feedback.
  • Er is acceptatie van instructie, structuur en cultuur.
  • Perceptie van de prestatie en zich competent voelen heeft invloed op de persoonlijkheid.

<< terug naar overzicht